Naar één Vlaamse koepelvereniging

Zoals de meesten onder u weten, kwam tijdens de voorbije maanden een initiatief op gang om te pogen één enkele koepelorganisatie op te richten, waarin alle nu bestaande ‘koepels’ – de Koninklijke Vlaamse Imkerbond (KonVIB), de Algemene Vlaamse Imkervereniging (AVI), de Vlaams-Nederlandse Imkerfederatie (VNIF) en het Federaal Imkerverbond (FIV) – verenigd zouden worden. De overtuiging dat deze versnippering in hoge mate  contraproductief is, een vorm van ongewenste concurrentie in stand houdt, dikwijls een positieve samenwerking in de weg staat en hoe langer hoe meer een doorn in het oog is van de subsidiërende Overheden, was de aanzet om een en ander in beweging te zetten.

Onder het impuls van Luc Antheunissen en René De Backer, werd in de schoot van de KonVIB een werkgroep opgericht om deze operatie op te starten en tot een goed einde te brengen. Wij – d.w.z. de drie andere federaties (AVI, VNIF en FIV) – hebben zonder aarzelen onze medewerking en volledige steun toegezegd. Het dient gezegd dat de mensen van de werkgroep zeer degelijk werk hebben verricht en een aantal voorstellen hebben geformuleerd, op basis waarvan – althans naar onze mening – een eenvoudige en werkbare organisatiestructuur kan gebouwd worden. Uiteraard dienen een aantal praktische details verder besproken te worden, wat op zich geen substantiële problemen zou veroorzaken die een verdere evolutie in gunstige zin in de weg zouden staan.

Tijdens de voorbije weken echter werd de situatie er alleen maar warriger op. In de schoot  van de KonVIB werd, naar wij vernamen, de werkgroep ontbonden met als argument dat die weliswaar goed werk had geleverd, maar in de verdere toekomst overbodig was geworden. Het initiatief werd overgenomen door de KonVIB-top, met als gevolg  een aantal voorstellen die geheel of gedeeltelijk ingaan tegen de eerder gemaakte ontwerpen, onduidelijk afspraken voor verder overleg, foute informatie en dergelijke meer. Wat ons, voor alle duidelijkheid, niet belet om principieel achter het idee te blijven staan en loyaal te ijveren voor het tot stand komen van één enkele, overkoepelende organisatie.

Vandaar dat wij – AVI, VNIF en FIV – ons hebben samengezet om onze standpunten ter zake klaar en duidelijk te formuleren. Deze nota werd verstuurd aan de verantwoordelijken van de werkgroep (dit gebeurde nog voor hij naar ons weten ontbonden werd) en naar de betrokken overheidsdiensten.

Wij vinden dat onze leden het recht hebben te weten waar wij voor staan.  Hieronder vind je voormelde nota die op een klare en ondubbelzinnige manier onze standpunten ter zake weergeeft en die door de drie koepelorganisaties – AVI, VNIF en FIV – werden goedgekeurd en onderschreven.

Nota met gemeenschappelijke standpunten AVI, VNIF en FIV

In het kader van de initiatieven die genomen werden en worden m.b.t. het oprichten van één enkele overkoepelende imkerorganisatie, vinden wij  – VNIF vzw, AVI vzw en FIV vzw – het opportuun onze standpunten ter zake mede te delen aan de rechtstreeks betrokkenen.

Vooraf wensen we duidelijk  te stellen dat wij nog steeds positief staan ten opzichte van de idee van een ééngemaakte koepelorganisatie en we, net zoals in het verleden, loyaal en opbouwend willen meewerken in een geest van onderling vertrouwen. M.a.w. de initiatiefnemers van de werkgroep, die eertijds werd opgericht binnen de KonVIB, mogen blijvend rekenen op onze steun.

Om de samenwerking zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, lijkt het ons nuttig onze visie op deze operatie en de krijtlijnen waarbinnen wij ons kunnen engageren, duidelijk kenbaar te maken.

1.     Wij vertrekken van de vaststelling dat het fundament van de georganiseerde imkerij in Vlaanderen zich bij de plaatselijke imkerverenigingen bevindt. Zij zijn het kloppend hart van de sector en zorgen voor de leefbaarheid, de continuïteit en de evolutie ervan. Ze dienen dan ook centraal te staan in de nieuwe structuur. Zij – en zij alleen –  zijn de leden van de koepelorganisatie.

2.     Hieruit volgt logischerwijze dat het hoogste, soevereine orgaan van de nieuwe vereniging – de Algemene Ledenvergadering – zal gevormd worden door de afgevaardigde(n) van de plaatselijk imkerverenigingen. De wijze waarop de afvaardigingen samengesteld worden, kan in een later stadium en  in onderling overleg geregeld worden.

3.     De Algemene Vergadering kiest een Raad van Bestuur, die bestaat uit een beperkt aantal personen die deel uitmaken van de Algemene Vergadering. Hun mandaat – van beperkte duur – is onbezoldigd. In een eerste fase, waarvan de termijn vooraf bepaald wordt, pleiten wij voor een ‘pluralistische’ samenstelling. M.a.w. een RvB waarin elk van de huidige koepelorganisaties vertegenwoordigd is, wat door middel van een aangepast verkiezingsprocedure perfect op een democratische manier kan gerealiseerd worden.

4.     De RvB stelt een Dagelijks Bestuur samen, dat verantwoordelijk is voor de dagdagelijkse werking van de koepelorganisatie. Deze persoon of personen wordt of worden gekozen op basis van hun competenties en hoeven dus niet noodzakelijk lid te zijn van een imkervereniging. Afhankelijk van de financiële mogelijkheden kunnen deze opdrachten al dan niet bezoldigd zijn. Zij rapporteren aan de Raad van Bestuur, die op zijn beurt verantwoording aflegt aan de Algemene Vergadering.

5.     Eens de structuur is uitgetekend, worden de kerntaken van de koepelorganisatie bepaald en omschreven. Hierbij dient o.i. uitgegaan worden van het feit dat een ‘koepel’ in hoofdzaak een ondersteunende functie heeft. Haar taken zijn dat ook eerder begrensd en beperken zich tot domeinen zoals o.a. de vertegenwoordiging t.o.v. de diverse Overheden, administratieve bijstand m.b.t. verzekeringen en juridische kwesties, informatieverstrekking, enzovoort.

6.     Specifieke items zoals bv. gezondheid, kwaliteitscontrole, onderzoek, technieken en dgl., dienen zoveel als enigszins mogelijk uitbesteed te worden aan gespecialiseerde instellingen zoals bv. Honeybee Valley, het ILVO, het FAVV, enz. Enkel wanneer het nuttig en opportuun is om vanuit de koepelorganisatie zélf een initiatief te nemen – denk bv. aan de bijenweide en dgl. – kan, al dan niet tijdelijk, een in de betrokken materie gespecialiseerde werkgroep opgericht worden. De praktische uitwerking hiervan kan in een later stadium verder bekeken worden.

7.     Gezien de specifieke manier waarop de vorming en de subsidiëring ervan georganiseerd is, zijn wij van oordeel dat de bestaande, door de Overheid erkende  scholingscentra – zeker in een eerste fase – dienen behouden te blijven. Wat niet belet dat in bv. een gespecialiseerde werkgroep normen kunnen vastgelegd worden waaraan de vormingsactiviteiten dienen te voldoen. Ook dit is o.i. een onderwerp dat later verder dient besproken te worden.

8.     Het staat plaatselijke verenigingen vrij van onderlinge afspraken te maken en samenwerkingsverbanden op te richten met het oog op het bekomen van bepaalde faciliteiten – denk bv. aan provinciale subsidies – of het organiseren van grootschalige evenementen, enzovoort. Deze ‘ad hoc – verenigingen’ zijn géén lid van de Algemene Vergadering en hebben dus geen medezeggenschap in het beleid en beheer van de koepelorganisatie.

 

Wij menen met deze zeer duidelijk de contouren aangegeven te hebben waarbinnen wij op een positieve manier verder aan de gesprekken willen deelnemen, in de hoop een voor iedereen aanvaardbare overeenkomst tot stand te brengen. Voor ons is het van essentieel belang dat alle partijen als gelijkwaardige partners aan de gesprekken deelnemen. Het is o.i. een gezamenlijke opdracht, waarin de imker en zijn of haar plaatselijke vereniging centraal horen te staan.

 

Luc Aspeslagh                                               René Janssen                                               Jean-Paul Poesmans

voorzitter AVI vzw                                        voorzitter FIV vzw                                      voorzitter VNIF vzw

Pieter Wuyts

Leave Comment