Krijtlijnen Vlaams Bijenteeltprogramma 2020-2022

Auteur: Prof. Dirk de Graaf

Tijdens de vergadering van het Toezichtcomité van 5 juli jl. werd voor het eerst een tipje van de sluier gelicht van het programma van het nieuwe 3-jarenprogramma van het Vlaams Bijenteeltprogramma (campagne 2020-2022; startdatum 1 augustus 2019). Alhoewel vele ideeën reeds vanuit de basis waren ingefluisterd, willen we de krijtlijnen van het programma eerst aan de Vlaamse bijenteeltsector voorleggen alvorens de details verder uit te werken en ter goedkeuring voor te leggen aan datzelfde comité. Het voorstel dat hier op tafel ligt vertrekt vanuit nieuwe ontwikkelingen op het terrein en in de wetenschappelijke literatuur. Het programma is er helemaal op gericht om de wintersterfte van de honingbij onder controle te krijgen. Het volgt de thema’s die in de oproep van de Europese Commissie werden vernoemd en waarrond de nationale programma’s mogen worden opgebouwd.

1. Technische bijstand voor bijenhouders en bijenhoudersgroeperingen

a.         Startende imkers zijn bij uitstek het slachtoffer van de complexiteit van het moderne bijenhouden. Het is van het allergrootste belang dat zij van bij aanvang de correcte informatie meekrijgen, om het ambt van imker zo snel en zo goed mogelijk onder de knie te krijgen. In deze nieuwe campagne voorzien we de redactie van een allesomvattende handleiding voor het imkeren in Vlaanderen. Het zal de basis worden voor de scholing in de bijenteelt en een naslagwerk voor wie het ambt al min of meer onder de knie heeft.

b.         Daarnaast merken we dat het soms moeilijk is de gevestigde imkers te overtuigen van nieuwe visies of manieren van werken. We missen soms aan overtuigingskracht omwille van een sterke vooringenomenheid of door de voortdurende confrontatie met stromen van desinformatie. Honeybee Valley moet zich hierin beter profileren en manifesteren. De rubriek ‘Know It’ op haar website is hier uitermate geschikt voor en dient verder uitgebouwd te worden in het kader van onderhavig project.

c.          Verder willen we werk maken van gezondheidsassistenten (of coachen) die imkers kunnen helpen om de soms moeilijke informatie (cfr. brochures over bedrijfsmethoden en technieken) te begrijpen en te kunnen toepassen. Het is op een manier een opwaardering van de functie van beëdigd assistent, die nu enkel tussenkomt bij de wettelijke ziekten, een functie die mogelijkerwijze straks wordt overgenomen door dierenartsen.

d.         In de vorige campagne werd duidelijk dat een goede imker zijn/haar bedrijfsvoering afstemt op wat hij/zij ziet in en rond de bijenkast. Het ‘lezen van bijen en de omgeving’ is een vage omschrijving die dit aspect omvat. Het is waarschijnlijk de overtreffende trap in het bijenhouden; iedereen heeft het er over, maar het is zo moeilijk om hierover te communiceren. Wij gaan in de onderhavige campagne alvast een ernstige poging doen. Het basisdocument zal ook hier een brochure zijn, die deel zal uitmaken van de ‘handleiding’ (zie 1a). Maar beeldmateriaal van bijen op de vliegplank en op de raten zal dit alles verder documenteren.

e.         Verder heeft de imkerij nood aan een nieuw VADEMECUM. De vorige editie werd geënt op de Koninklijke Vlaamse Imkersbond, vzw. Het zou de bedoeling zijn om nu alle bonden hierin op te nemen. Zo kan men verenigingen, instellingen en personen die in Vlaanderen gelinkt zijn met de bijenteelt, gemakkelijk opsporen.

 

 

2. Bestrijding van de Varroa-mijtziekte

a.       Imkers dienen bij de hand genomen te worden om een degelijke varroa-behandeling uit te voeren. In de voorgaande campagne werden technische brochures uitgegeven om duidelijk aan te geven hoe correct en efficiënt kan behandeld worden. In dit onderhavig projectvoorstel hebben we de ambitie om een varroa-populatiemodel uit te werken. Dit model dient aan te geven wat een gemiddelde mijtenpopulatie in een volk is, op elk tijdstip van het jaar. Het model moet ook aangeven wanneer een bijenvolk te veel mijten heeft en dus in de gevarenzone zit en dient te worden behandeld. Door parameters als broed en volksontwikkeling toe te voegen zal een imker in staat zijn om een varroa-telling die hij doet door het model te laten interpreteren en een voorspelling te maken wanneer het volk in de gevarenzone terecht komt.

b.       Er verschijnen regelmatig apparaatjes om op afstand tal van parameters van een bijenkast te meten (temperatuur, gewicht, vochtigheid, geluid,…). In de vorige campagne werd reeds een voorzichtige start gemaakt met het opzetten van een netwerk van kasten die we via ‘remote sensing’ opvolgen. In het kader van het varroa-populatiemodel willen we dit verder uitbouwen en zo data over de varroamijt koppelen aan de kastomstandigheden.

 

3. Steun van laboratoria voor de analyse van de producten van de bijenteelt

a.         Enkele gevallen van honingfraude die de voorbije jaren aan het licht zijn gekomen ondersteunen de verderzetting van de kwaliteitscontrole van de honing. Het luik onaangekondigde controle mag hierin aan belang winnen.

b.         Ook is er behoefte om de imkers te ondersteunen bij de aankoop van bijenwas; we bedoelen hiermee niet zozeer de geldelijke ondersteuning, maar de controle op de kwaliteit zowel naar echtheid (vervalsing) als naar aanwezigheid van residuen van pesticiden. In de vorige campagne werden reeds verschillende waswafeltoestellen aangekocht en uitgeleend aan imkersverenigingen. Zo kunnen imkers die hun eigen was willen recupereren via hun vereniging deze was omzetten naar bruikbare waswafels. Veel vooral startende imkers hebben echter onvoldoende eigen bijenwas om te hersmelten en dienen hiervoor waswafels aan te kopen in de handel. Toch is uit het Bee Best Check onderzoek gebleken dat deze was vaak vervuild is met pesticiden. De vervuiling met stearine in verschillende loten van verkochte waswafels die resulteerde in het hagelschotpatroon in het broed, ligt nog bij veel imkers zwaar op de maag. Daarom wil deze volgende campagne zich inzetten om ook deze imkers te garanderen dat zij kwaliteitsvolle was in de handel kunnen aanschaffen door verschillende loten op vervalsing en vervuiling te testen.

 

4. Steun voor het herstel van het communautaire bijenbestand

a.       Hier ligt het accent op het selecteren naar veerkrachtige bijen met als ultieme doelstelling in Vlaanderen te beschikken over honingbijen die zonder behandeling de varroamijt de baas kunnen. Daar waar we in vorige campagne onze focus vooral legden op teeltwaardebepaling willen we nu onze reikwijdte verruimen en ook de nieuwe initiatieven die ondertussen elders ontstaan zijn, ondersteunen. Het Vlaams Bijenteeltprogramma moet als ambitie hebben alle selectie-initiatieven te overkoepelen, de geleverde inspanningen te financieren, de vorderingen op te volgen en hierover te rapporteren naar alle imkers. Het Comité Selectiewerk Vlaanderen krijgt hierin een centrale rol. Minstens twee keer per jaar komen alle selectiewerkers samen. In de voormiddag vergaderen de afzonderlijke subgroepen (zie verder); in de namiddag rapporteren zij aan alle collega’s, ook en vooral aan die van de andere subgroepen. Zo wordt iedereen geïnformeerd over de progressie van de verschillende subgroepen. Finaal wordt gezamenlijk beslist hoe we het budget voor selectie best kunnen aanwenden en worden de modaliteiten vastgelegd. Wij zien (voorlopig) volgende subgroepen:

–          Teeltwaardebepaling en BLUP-selectiewerk

–          ARISTA-selectiewerk

–          Buckfast-selectiewerk

–          Zwarte bij Vlaanderen-selectiewerk

–          Ecologisch alternatief volgens de Darwin’s Black Box natuurlijke selectie

b.       Verder blijkt dat duurzame selectie enkel mogelijk is als het repertoire aan beschermende fenotypes zo ruim mogelijk wordt genomen. Dit kan door de resistentie tegenover de varroamijt uit te splitsen in een zo ruim mogelijk aantal beschermende fenotypes. Ook kan het varroa-populatiemodel uit thema 2 als referentiepunt dienen voor het selectiewerk. We kijken dan niet naar het mechanisme dat de honingbij beschermt, maar naar het eindresultaat, met name de snelheid waarmee de varroamijt zich in het volk ontwikkelt.

 

5.  Samenwerking met instanties, die gespecialiseerd zijn in de uitvoering van programma’s inzake toegepast onderzoek op het gebied van de bijenteelt en de bijenteeltproducten

De Universiteit Gent heeft de voorbije jaren baanbrekend onderzoek verricht over de genetische achtergrond van resistentie tegen varroa. Ook werden in de vorige campagnes belangrijke stappen gezet in het selecteren tegen virusziekten. De praktische toepassing van deze onderzoeksresultaten willen we in de nieuwe campagne verderzetten om finaal zo mogelijk geïntegreerd te worden in de activiteiten van het Comité Selectiewerk Vlaanderen (zie thema 4).

 

6. Transhumance

Een cruciale doch vaak miskende vraag bij het houden van bijen is: wat is de draagkracht van het drachtgebied en hoe kan ik de grootte van mijn bijenstand hierop afstemmen. Wij willen een aanzet geven om de imker zelf te laten berekenen hoeveel kasten hij/zij idealiter houdt. Als blijkt dat te veel kasten op de bijenstand staan, zullen we advies geven naar waar de imker kan reizen om zo het evenwicht tussen bijen en drachtgebied te herstellen.

 

Samenvattend: door op vele fronten actief te zijn willen we in de volgende campagne het keerpunt afdwingen; hoge sterftecijfers moeten definitief tot het verleden behoren. Het Vlaams Bijenteeltprogramma moet de mogelijkheden en de middelen aanbieden om op een duurzame wijze te imkeren in Vlaanderen.

Pieter Wuyts

One comment for “Krijtlijnen Vlaams Bijenteeltprogramma 2020-2022

  • Sonja Mulleman

    Beste,
    Ik vernam dat een Imker in Vlaanderen schadevergoeding krijgt als zijn volk sterft of verdwijnt. Is dat correct? Zo ja, waar kan ik daar informatie over vinden?
    Alvast mijn dank.
    Sonja

    Reply

Leave Comment